Links: camping Zeeland | Rechts: AZC schijndel

Projectomschrijving - versie 01 (201008)

In Nederland verrezen vakantieparken in de jaren vijftig en zestig uit een idealistisch idee over het doorbrengen van je vrije tijd of vakantie. Diverse organisaties – kerken en overheden – poogden hun volgelingen en respectievelijk werknemers tot ’relaxation‘ in een omheinde natuurlijke omgeving. Samen met het gezin verkeerde men in relatieve rust in een kleine woning die van alle gemakken voorzien was. Alles binnen handbereik – zoals thuis – en toch buitenshuis in de ‘vrije’ natuur.

Hoewel de vakantiehuizen er nog precies hetzelfde bij staan, is er in die zestig jaar een heleboel veranderd. Het beeld van toen bestaat niet meer: De verzuiling is voorbij en de (nederlandse) samenleving is pluriformer dan ooit.

Anno 2008 worden diezelfde bungalows 24/7 bewoond door mensen die zich in de oorspronkelijke beschrijving van ’toerist‘ niet zullen herkennen. Hun dagbesteding ziet er dan ook heel anders uit. In tegenstelling tot de gemiddelde vakantieganger, wordt er van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat hard gewerkt. Vaak bivakkeren ze met meerdere mensen – zonder familie te zijn – in een kleine ruimte die een tijdelijk – variërend van een week tot een jaar – ’thuis‘ biedt.   Of het nu om een Afrikaanse atleet, een poolse arbeider, een gescheiden man of asielzoeker gaat, zij houden zich allemaal bezig met overleven. Kortom, een schril contrast met het oorspronkelijke vrijetijds-ideaal van diezelfde architectuur in de jaren vijftig.

Opmerkingen

Denk aan overeenkomsten (diezelfde architectonische opzet) van asielzoekerscentra en vakantieparken en de overgang tussen kamp naar park. Of: zijn er ook expats die in eenzelfde soort situatie verkeren, maar dan in 1 of ander hotel/app.complex of luxe chaletpark. Groter framewerk: architectuur (architectuur overleeft mens, en wat levert dat op?) en immigratie.