Boeren

Research
Na een gesprek met Max Nuyens, voormalig dierenarts (grootvee), kwam ik tot de conclusie dat er - afgezien van het feit dat binnen de agrarische sector de boerenbedrijven zich op verschillende gebieden orienteren (melkvee, veeteelt, akkerbouw, (glas)tuinbouw etc.) - gezien de huidige sociaal-economische situatie 3 verschillende categorieen boeren zijn.

Kort omschreven:
> 'jonge' boeren (leeftijd 30-65) die het voortzetten van het bedrijf als prioriteit zien. Doorzettingsvermogen is daarbij zeer belangrijk. Het hangt er een beetje van af hoe men in het leven staat, hoe positiever men de toekomst ziet, des te meer kans in voortzetting van het bedrijf. Deze categorie is eigenlijk op te splitsen in de groep die hun bedrijf 'voortzetten' en de groep die genoodzaakt is de tent te sluiten.

> 'oudere' boeren die 'hun schaapjes op het droge hebben' zetten hun kleinschalig boerenbedrijf voort (2 dikbillen en een koe) omdat ze geen ander dagritme gewend zijn. Hun hele hart en ziel zit in het bedrijf. Deze categorie boeren sterft uit, ze houden vol tot aan de laatste snik.

Financieel gezien gaat het op dit moment niet echt goed. De prijzen voor varkensvlees bijvoorbeeld zijn erg laag, en aangezien de meeste producten voor de export zijn bestemd en de concurrentie wereldwijd moordend is, gaat dat ten kosten van de inkomsten van de Nederlandse boerenbedrijven.

Bovendien sluit Nederland in haar voorhoederol als groen en milieubewust land, de poorten voor het boerenbestaan. Reguleringen, subsidies, verschillende quota en de zogenaamde 'groengebieden' maken het bijna onmogelijk om daarnaast nog is te ondernemen. Bureaucratie speelt het boerenbedrijfsleven ook al parten.

De laatste jaren hebben ook verschillende 'epidemieen' als de gekke koeienziekte (BSE) en mondenklauwzeer (MKZ), in de volksmond tongblaar genoemd, een flinke deuk veroorzaakt in de veeteelt-sector. Van BSE was sprake eind jaren 90.

Z.O.B
Toni Verrijdt, ex-boerin leidt de Zelf Organisatie Boeren (ZOB) en samen met een aantal ervaringsdeskundigen - exboeren / -boerinnen - zorgt ze voor sociaal-emotionele opvang voor de groep boeren die tegen een bedrijfsbeeindiging aanlopen. Huis en haard moet verkocht worden, inclusief beesten en grond, en men moet opzoek naar een huis in een nabijgelegen dorp en baan van 9-5. In plaats van 7 dagen per week 24 uur per dag de functie 'boer' te bekleden, moet nu het hele leven worden omgegooid. Een ommezwaai die nogal wat spanningen te weeg brengt.
Deze tendens, boeren die met een bedrijfsbeeindiging kampen, vindt in het hele land plaats, met een piek onder de rivieren waar de meeste varkensboeren zich bevinden. Deze groep boeren heeft het vooral de laatste jaren flink te verduren gehad. Een volgende afspraak met Toni volgt a.s. donderdag 13 februari.

Plan van aanpak
Aangezien er zoveel op dit moment in deze sector speelt, vindt ik het belangrijk eerst een goed overzicht te hebben, alvorens ik een keuze maak over hoe ik mijn 'portretten-reeks' ga maken. Wil ik juist de kleine groep traditionele boeren belichten en schep ik daarmee een te romantisch beeld van het huidige boerenbestaan die kampen met bedrijfssluitingen, milieuwetten en andere 'papieren'-regelgevingen? Of wil ik die twee juist tegenover elkaar zetten? Wil ik een 'landelijke dekking' van boeren of juist een kleine regio? Wil ik de boer van nu belichten en daarmee de boer van toen als 'voorbij' verklaren? Allemaal vragen die mijn keuze gaan bepalen.

Vorm
Mijn interesse gaat nog steeds het meest naar een persoonlijke benadering in de vorm van een portrettenreeks die een beeld scheppen van de boer, zijn/haar passie en een kleine reportage over de dagelijkse activiteiten.

Voorbeeld
Afgelopen zaterdag heb ik een aantal foto's gemaakt van een boerenfamilie-bedrijf in Brabant, om te zien wat voor visueel materiaal het me oplevert. Zodra ze ontwikkeld zijn, zullen ze op de site te zien zijn.

Karosta

'History is the most dangerous product evolved from the chemistry of the intellect. Its properties are well known. It causes dreams, it intoxicates whole peoples, gives them false memories, quickens their reflexes, keeps their old wounds open, torments them in their repose, leads them into delusions either of grandeur or persecution, and makes nations bitter, arrogant, insufferable, and vain. History will justify anything.'

--Paul Valery--

Korte geschiedenis
Karosta, een buitenwijk van de stad Liepaja aan de westkust van Letland, is een speciale plek die het Russische imperium, de Tweede Wereldoorlog en het Sovjet-tijdperk meemaakte en momenteel de nieuwe Westerse ervaring als EU-lidstaat tegemoet ziet. Tsaar Alexander III bouwde Karosta om tot een militaire haven. Op die plek worden in 1943 duizenden Joden geexecuteerd onder toeziend oog van de bevolking en dient diezelfde plaats vervolgens als gesloten militaire basis voor 25.000 militairen in contrast met het huidige aantal inwoners, 7000 in totaal. Recentelijk is ditzelfde gebied door de NATO als 'speciale-economische-zone' ingesteld, sterk vervuild door gezonken schepen, batterijen en andere verontreinigingen.

Sinds het Sovjetleger uit Letland vertrok, behoorde het grootste deel van de inwoners van Karosta tot de zogenoemde 'militaire achterblijvers'. Sociale omstandigheden en processen, etnische verdenkingen en misverstanden dragen bij aan de onverschilligheid, apatie, gebrek aan informatie en armoede. Maar zelden kijken bezoekers onder de oppervlakte om de potentie en de behoefte van deze groep -in veel gevallen kampend met sociale en materiele tekortkomingen- te zien.

Plan van aanpak
Ik heb zoveel materiaal op video staan, dat ik eigenlijk niet weet waar ik moet beginnen. Momenteel ben ik bezig met het monteren van de animatie die ik gemaakt heb met behulp van de vier Russische meiden tijdens de workshop.

Herinnering

Een raadselachtig verschijnsel dat veel vragen oproept. Hoe onthouden en vergeten wij? Hoe betrouwbaar is onze herinnering? Waarom herinneren mensen zich dezelfde gebeurtenis vaak op totaal verschillende manieren? Wat is werkelijk gebeurd, wat is fictie?

Herinnering, vertekening of verbeelding.

Slapen is nooit haar sterste kant geweest. Het liefst slaapt ze tussen pap en mam in, maar dat kan niet altijd. Het is er warm en het ruikt naar slaap. Soms staat papa op omdat ze waarschijnlijk te veel beweegt. Haar bed wordt van hem.

Mijn deur laat ik 's nachts wagenwijd open, zodat het licht van de gang nog in mijn kamer komt. Ik hoor ook altijd van alles; gezucht, gekraak. En als ik mijn oor tegen mijn kussen druk, dan hoor ik mezelf. Ruis. Onder mijn bed ligt waarschijnlijk niemand. Er ligt nog een bed met een plat matras. Toch stel ik me voor dat als ik een been buiten mijn bed op de vloer zet, een lange arm mijn enkel grijpt en me meezuigt in de te kleine ruimte onder mijn bed.
De gang is eng en donker. Vijf passen zijn het van mijn deur tot in de wc. De deur van de wc is ook open en verlicht. Soms kan ik het in 3. Naar links of rechts kijk ik niet. Toch zie ik het. De gang begint met aan de linkerkant een raam en stopt bij het begin van een muur met een trapje naar de zolder. Daar leeft een heks. Ook al weet ik dat ik mezelf dat heb wijs gemaakt. Ze is er echt.
Tegenover de zoldertrap, die bestaat uit ijzeren stangen in een muur, is een kamer. Soms staat de deur op een kier, soms is die gesloten. Het maakt eigenlijk niet uit, het blijft eng. Zelfs door het sleutelgat voel ik het.
Ik denk aan mijn zusje, misschien ziet ze me wel. Maar als ik te lang aan haar denk wordt haar gezicht zo groot, haar ogen op mij gericht en ben ik bang, alweer. Ik doe mijn ogen dicht.

We spelen achter het gordijn, niemand ziet ons. Ik kijk ernaar en hoor mam's stem. In een karretje zit Anna en ik duw haar of andersom. Misschien lijkt het op vadertje en moedertje of was er een ander verzonnen spel. Mijn geheugen is veranderd, ik kijk ernaar, herinner flarden, fragmenten maar neem niet meer deel.

Ook de poes speelt een rol. Zwart is ie, met witte sokjes. Frits, een stille getuige.

Het gordijn heeft een rode vlek, Anna's clownsmond staat erin gedrukt. Mama wast ze nooit meer.
Ze strijkt in diezelfde kamer waarin het gordijn hangt. De radio staat aan en mama huilt. Ik zie zakdoeken op de strijkplank, een oranje strijkijzer en een wasmand in dezelfde kleur. Ik vraag me af of het door de zakdoeken komt, maar ik zie ook tafelkleden. Ik ben heel klein.

Op zondag is er slagroom. 'Sjapoom' zoals Anna het uitsprak volgens mama, ik heb het zelf nooit gehoord. Uit een doorzichtige plastic beker lepelen we de slagroom. Papa maakt de slagroom zelf, zonder suiker, want papa mag geen suiker. De patronen voor de spuit liggen in de koelkast deur. Ik vraag me af of kogels er ook zo uitzien.

Mam leest voor uit Jip en Janneke, of was het de oppas? Anna heeft oorpijn, ik niet.

Ik slaap ergens anders. Anna is ziek. Voor een paar weken ga ik naar een andere school. Daar plas ik in mijn maillot en krijg er een bruine maillot voor in de plaats, met een plaatje op mijn knie.

Als je dood bent, ben je plat, zo plat als een boekenplank. Hoe je van een normaal lichaam in een platte plank verandert weet ik niet, maar het gaat in ieder geval heel snel. Het is zoiets als dat er een auto over je heen rijdt, je bent plat en dood. Ik zie trouwens altijd een auto als ik denk aan iemand die dood is. Iemand zegt me dat je nog een gewone vorm hebt als je dood bent, ik vraag me af hoe je nog een normaal lichaam kan hebben, net alsof je nog leeft, terwijl je dood bent. Dat snap ik niet. Plat ben je.

Anna ligt in het zieken huis. Aan slangen, zegt mama. Ik denk dat het er heel groot en wit is met Anna in een groot bed. Ik ben jaloers en mag niet op bezoek. Helemaal alleen ligt ze daar, alles wit om haar heen, dokters, verpleegsters fluisteren en praten met mama en papa en tegen haar.
Ik slaap nog steeds ergens anders en ben niet thuis.

Anna krijgt een plaspop cadeau, eentje die ik ook wel zou willen hebben, maar krijg 'm niet. Papa zegt dat de verpleegsters de pop hebben gegeven, maar dat geloof ik niet. Verpleegsters zijn niet zo lief. Ik denk aan de nonnen die mama hebben lesgegeven.

Er zit iets in haar hoofd zegt mama. Zo groot als een sinaasappel. De sinaasappel was eerst een mandarijn en groeit nog steeds. Opereren gaat niet meer.

Bij oma aan de keukentafel haakt mijn tante een mutsje voor anna. Haar hoofd is kaal, ze heeft geen haar meer, iets wat ik eigenlijk niet begrijp. Het is roze. Iedereen is er, tantes ooms, oma en opa en vrienden. Pap en mam komen binnen. Ik ben er al. Er wordt gehuild, maar het lijkt voor de rest op een gewone zondag. Ik speel onder de tafel met het perzisch tapijt, denk ik.

Kleertjes worden uitgezocht. een gestreept broekje, rose truitje en de muts. Ook een knuffeltje gaat mee. Ik heb dezelfde, maar ik mag de mijne gelukkig houden.

Het is heel koud hier. Anna is wit, gelig en haar hand is heel stijf. Geef maar een kusje zegt mama. Papa zegt dat ik het niet moet doen, is giftig zegt ie. Ze ligt in de kelder van het bejaardenhuis. Muffe lucht en oude mensen. Rare plek.

Een hele grote zaal, veel stoelen, een huilende juf. Ik leg een roos op de kist die nog open is. Straks als wij koffiedrinken wordt ze verbrand. De koffietafel is achter de deur aan de rechterkant. Anna wordt vlinder.

De laatste pas wordt gezet en ik beland op de wc. Hier is het licht met de deur dicht. Geen zolderheks of kamergeest. De terugweg is minder eng, alleen de laatste stap tot mijn bed is het weer zo donker en ben ik bang dat die lange arm me grijpt.



Plan van aanpak
Ik heb nog geen idee hoe dit verhaal vorm moet krijgen. Wat wil ik precies vertellen en aan wie? Eigenlijk weet ik wel wat ik wil vertellen, maar hoe? Eerst dacht ik aan een verhaal dat uit meerdere perspectieven bestaat, maar ik merk dat ik liever mijn verhaal vertel. Is het interessant voor iemand om te ervaren wat de herinneringen van een vijfjarig kind zijn of moet er meer mee gebeuren?
Inmiddels ben ik fotoboeken ingedoken en merk tot mijn verbazing, dat sommige beschreven situaties bijna letterlijk 'verbeeld' zijn. Super 8 filmpjes heb ik gedigitaliseerd, waarop wij beiden te zien zijn. Ik weet niet of dat wel iets toevoegd aan mijn 'verbeelding'.

Voorbeeld
In mei vorig jaar heb ik een workshop gedaan 'Interactief Vertellen' genaamd. Daarvoor heb ik een schets gemaakt over hoe het verhaal verteld zou kunnen worden. Het verhaal wordt verteld vanuit omgevingen / kamers. In elke kamer zijn verschillende objecten die voor de verschillende perspectieven staan. Door met je muis de kamer te onderzoeken, kom je langzaam meer aan de weet.

portfolio

Richtlijnen
Via de filatelie-afdeling van de ptt ben ik aan de weet gekomen dat we in Nederland ons qua postzegels moeten houden aan een paar richtlijnen. Wat verbazingwekkend..
De frankeerzone op poststukken is 8x4 cm. in die strook moet dus de postzegel altijd passen. Dat betekent dat een postzegel maximaal 4 cm hoog mag zijn. Om de zegel nog wat hanteerbaar te houden hanteren we de maat van 4 cm ook als maximale breedte.

De postzegels die de PTT zelf op de markt brengt, hebben meestal een kleiner formaat. Hun standaardformaat is 36 x 25 mm. De Beatrixpostzegels hebben de maat: 20,8 x 25,3 mm.

Verplichte aanduidingen zijn: Nederland, de frankeerwaarde Û 0,39 en het jaar van uitgifte.

edgar

Wat een leuk project

11-Feb-03