 |
 |
 |
WEEK
8: Ondernemers, boeren en idealisten
Volgens Harry Verkampen, de wethouder en scharrelvarkenshouder waarmee
ik maandag in gesprek ben geweest, kunnen de huidige boeren worden
ingedeeld in mate van ondernemerschap. Onder de boeren bestaan
ondernemers, beroepsmatige boeren en idealisten. Deze indeling doet me
denken aan de ontwikkeling die de landbouw heeft doorgemaakt in de
laatste eeuw. Voordat rond 1890 de Boerenbond werd opgericht, waren
boeren vooral zelfvoorzienend. Afgezien van de kleinschalige ruilhandel
in producten als eieren, boter en een enkel koetje, voorzagen de boeren
zich in eigen onderhoud. In de eerste 50 jaar veranderde deze vorm van
landbouw in een meer producerende variant waarbij de producten niet zo
zeer voor de boeren zelf, maar voor de rest van de bevolking (vooral in
steden) werden geproduceerd. Na de oorlog specialiseerden de boeren
zich op een grootschalige manier, alleen al om ervoor te zorgen dat er
nooit meer een hongerwinter zou voorkomen in de Nederlandse
geschiedenis. Bedrijven werden uitgebreid, de productie opgeschroefd en
men specialiseerde zich in een bepaalde landbouwsector als
melkveehouderij, aardappel- of graanboer.
Huidige wet en regelgeving:
Reconstructie landschap
Deze "regelgeving'' ontstond kort nadat de varkenspest was
neergesabeld, in het jaar 1997. Dit beleid bestond uit verschillende
deelgebieden. Enerzijds werd er gepleit voor zogenaamde varkensvrije
zones en het bijeenbrengen van de varkensbedrijven in een specifiek
gebied. Zo kon bij uitbraak van een of andere epidemie, deze beter
onder controle worden gehouden. Nu lijkt dit plan alweer achterhaald,
omdat men ''inenting van varkens'' als een structurelere oplossing ziet.
Een tweede onderdeel hiervan is de gedeeltelijke sanering van de
intensieve veehouderij m.b.t. de terugdringing van het mestoverschot.
De regering gaf / geeft boeren de kans d.m.v. opkoopregelingen hun
bedrijf aan de staat te verkopen. Deze regel is nog steeds van kracht.
Tenslotte werd ook het aanleggen van een ecologische hoofdstructuur
onderdeel van de reconstructie van het landschap. De bedoeling hiervan
is dat er verbindingszones gemaakt worden tussen de natuur en bossen,
om zo isolatie van een natuurgebied te voorkomen. Boeren kunnen
gesubsidieerd grond ''extensief beheren'' door te voldoen aan bepaalde
regels. De grond mag wel beweid worden, zodat koeien of schapen erop
kunnen grazen, maar moet later gemaaid en minder intensief bemest
worden.
Biologische landbouw
Het aandeel van de biologische landbouw is zeer klein, gezien de rol
die de reguliere landbouw speelt in Nederland. Biologische boeren
begonnen een jaar of drie geleden vooral uit idealisme met deze manier
van landbouwbedrijven. De biologische tuinbouw neemt ongeveer 5% van de
tuinbouwproductie voor haar rekening, maar in de vleessector is dit
percentage nog niet eens 1 %.
In Nederland zijn er op dit moment zo'n 60 biologische varkenshouders,
een groep die het laatste jaar bijna verdubbeld is. Deze ontwikkeling
is vooral te danken aan het AH-beleid, die niet langer
''scharrelvlees'' in haar schappen wilden hebben, maar biologisch
vlees. Hierdoor werden de scharrelvarkenshouders gedwongen om
biologisch te gaan boeren.
Volgens Harry Verkampen hebben ''marktonderzoekers'' een belangrijke
zaak over het hoofd gezien bij het onderzoeken van de vraag naar
biologisch vlees in Nederland. Er is vooral gekeken naar de vraag naar
biologische producten (groenten e.d.) waaraan men de conclusie heeft
verbonden dat er een stijgende behoefte zou zijn aan biologisch vlees.
Maar het zijn vooral de vegetariers die een sterke voorkeur hebben voor
biologische producten, niet de Nederlandse vleeseters. Miscalculatie...?
|
 |
 |
 |