|
|
 |
De eerste bewijzen van bewoning in het huidige Estland dateren van ongeveer 5000 v.Chr.
Tot aan de bronstijd waren het vooral de jagers en verzamelaars die zich bezighielden met primitieve
landbouw, visserij en jacht. In de vijfde eeuw worden ze door Slavische stammen verslagen en wordt Estland
een onderdeel van de handelsroute van de Vikingen naar de Slavische volken, Byzantium en de regio rond de
Kaspische zee.
|
 |
|
|
 |
Denen, Zweden en Duitse monniken probeerden het christendom in de regio te introduceren, maar zonder
veel succes. In 1093 stuurde de paus in Rome kruisvaarders naar de Baltische regio om het christendom in te voeren. Samen
met Duitse kooplieden volgde in 1200 een militaire invasie van de Duitsers. In 1208 stichtten zij de stad Riga, de
hoofdstad van het huidige Letland en probeerden de Duitse ridders ook het Estische grondgebied weer te veroveren. De
Esten hielden lang stand maar delfden uiteindelijk het onderspit. In 1220 was geheel Estland onder controle van de
Duitsers en van de met de Duitsers samenwerkende Denen. In 1219 stichtte Valdemar II van Denemarken de stad Tallinn, de
latere hoofdstad van Estland. Het gedeelte van Estland dat toen Lijfland heette kwam onder de heerschappij van de Duitse
ridders, Noord-Estland was voor de Denen.
Estland werd een onderdeel van het Hanzeverbond, een handelsovereenkomst tussen verschillende Europese steden. Door het
verbond veranderde Estland van een primitieve agrarische samenleving in een van de best georganiseerde landbouw- en
handelsnaties.
|
|
|
 |
 |
|
 |
 |
|
 |
Bij een opstand in 1343 van de Estische boerenbevolking om een einde te maken aan de overheersing werden veel Duitsers gedood, maar een Duitse wraakactie kost duizenden Esten het leven.
Duitse landheren blijven aan, en domineren het Estse volk. Buiten de grens vormen twee nieuwe machten, Polen en Litouwen, een verenigd koninkrijk (en Muscovitisch Rusland.)
Na een ontmoeting met Maarten Luther door Albert, het hoofd van de Livoniërs wendt Tallinn zich af van de Roomse paus en wordt Estland protestant.
Periodes van verwoesting en strijd rondom het Estische grondgebied volgen, veroorzaakt door Rusland, Polen, Litouwen en Zweden. In 1584 namen
de Zweden de macht over in Noord-Estland, terwijl Polen Lijfland aan zich onderwierp. Uitindelijk resulteert dit in 1629, de
Vrede van Altmark, tot de erkenning van de invloedrijke Zweedse macht in Baltische regio.
|
|
 |
|
| |
 |
 |
|
|
 |
Aan het eind van de 17e eeuw probeerden Rusland, Denemarken en Polen een einde te maken aan de Zweedse
heerschappij over de Baltische regio. In november 1700 versloegen de Zweden de Russen bij Narva. De Zweden richtten zich op
Polen in plaats van Moskou, iets waar ze later spijt van zouden krijgen. Terwijl Karel XII zich met zijn leger in Polen
bevond viel Peter de Grote de Baltische regio weer binnen en nemen de Russen in 1709 het roer over.
Estland kwam onder Russische controle te staan. Aanvankelijk veranderde er weinig voor de Estische bevolking. Peter de Grote
gaf de Duitse landeigenaren nog meer macht, en niet veel later controleerden zij vrijwel het hele dagelijkse leven in
Estland.
|
|
| |
Duitse landeigenaren negeerden de aanbevelingen van Tsarin Catherina II die wat aan deze mensonterende toestanden wilde doen. Dit leidde in de eerste helft van de 19e eeuw tot verschillende opstanden onder de bevolking die echter weinig effect hadden. De omstandigheden werden in 1861 pas wat beter voor de boerenbevolking. In de 19e eeuw begon Estland zich ook industrieel te ontwikkelen. Er werd papier, glas en textiel gefabriceerd. De steden groeiden snel qua inwonersaantal en rond 1860 waren de meeste bewoners van de steden autochtone Esten.
|
|
|
 |
|
|
 |
Tsaar Alexander III versterkte de russificatie van de Baltische regio door de
Duitse landeigenaren te vervangen door Russische bestuurders. In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide door sociale
hervormingen en de stijgende welvaart het nationale identiteitsbesef van de Esten. Er ontstond onrust onder de bevolking en er
volgden demonstraties. Het hoogtepunt werd bereikt na een congres waarbij Estse nationalisten van Rusland autonomie en
stopzetting van de russificatie eiste. De Russen weigerden hierop in te gaan waarop de Esten aan het plunderen sloegen. De
Russen reageerden fel en veel revolutionairen werden gearresteerd en ter dood veroordeeld. |
|
|
 |
Door de het uitbreken van oorlog, voedseltekorten en een zwakke regering ontstond er ook grote sociale
onrust in Rusland. Na een massale arbeidersdemonstratie in Tallin werd daar zelfbestuur toegestaan waarop op 24 februari
1918 de onafhankelijkheid wordt verklaard. De volgende dag bezetten de Duitsers Tallinn, een dag later gevolgd door
bolsjewistische troepen. Als in november 1918 de oorlog beëindigd is, roept Pats en de onafhankelijkheidsbeweging weer een
onafhankelijk Estland uit waarop de bolsjewistischroepen wederom Estland binnenvallen. Dit keer worden de Esten echter
militair geholpen door Groot-Brittannië, Finland, Zweden en Denemarken. Resultaat: in april worden er verkiezingen gehouden
en Estland wordt in 1921 opgenomen in de Volkenbond. Voor het eerst in haar bestaan is Estland een onafhankelijk land.
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
|
In 1939 wordt door Rusland en Duitsland de Molotov-Ribbentrop overeenkomst getekend. Dit is een
niet-aanvalsverdrag waarin werd afgesproken dat de Baltische staten Russisch grondgebied zouden worden als Rusland toe zou laten dat
Duitsland Polen bezette. Estland wordt al snel hierna bezet door 100.000 Russische troepen. Duizenden Esten, waaronder Pats en andere
politieke leiders, worden gedeporteerd naar de Sovjet Unie. In augustus 1941 wordt Estland officieel een republiek binnen de USSR en
komt er een eind aan de korte periode van onafhankelijkheid.
In juni 1941 vallen de Duitsers Rusland binnen, en eind augustus is Estland bezet. De Duitsers worden door de Estische bevolking
aanvankelijk als bevrijders verwelkomd maar al snel wordt duidelijk dat het om een bezetting gaat. Na de door de Duitsers verloren
slag bij Stalingrad beginnen de Sovjets met hun tegenoffensief. In januari 1944 is een groot gedeelte van Europees-Rusland weer onder
controle van de Sovjets. Door deze Sovjetdreiging roept Jüri Üluots, leider van het verzet, de Esten op om Narva te verdedigen,
maar uiteindelijk wordt Estland in 1944 door het Rode Leger veroverd.
|
|
| |
|
|
|
 |
|

 |

Door oorlogsslachtoffers, deportaties en gevluchte mensen is het aantal inwoners van Estland eind jaren
veertig gedaald van 1,1 miljoen naar 850.000. Jozef Stalin voert in de jaren vijftig met harde hand beleid waardoor veel
politieke tegenstanders, intellectuelen en collaborateurs worden afgevoerd naar Siberische werkkampen. Een culturele
russificatie volgt. De Estische geschiedenis wordt herschreven, nationale monumenten vernietigd en de persvrijheid wordt
belemmerd. Ondanks deze maatregelen blijft het Estische nationalistische bewustzijn bestaan en demonstreren ze regelmatig
voor de mensenrechten in hun land. De periode van glasnost (openheid) en perestroika (hervorming) in de jaren tachtig onder
het bewind van Michael Gorbatsjov leidt tot een opleving van nationalistische gevoelens. In augustus 1991 mislukt een
militaire coup tegen Gorbatsjov wat leidt tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
|
|
|
 |
Estland verklaart zich op 20 augustus 1991 onafhankelijk en kiest ervoor om alle banden met de
Sovjet-Unie te verbreken. In 1992 wordt er na een referendum een nieuwe grondwet aangenomen. Belangrijke onderdelen
van deze nieuwe grondwet zijn een andere opzet van het parlement en het beperken van de macht van de president.
In september van dat jaar worden de eerste vrije verkiezingen gehouden.
Veel partijen komen en gaan in de jaren ‘90, maar het beleid blijft in feite onveranderd: volle kracht vooruit richting
een westers staatsmodel. Estland voert daarbij een hyperliberaal beleid: de landbouwsubsidies zijn afgeschaft en er
bestaan geen invoerrechten. Om tegemoet te komen aan de EU-eisen zou Estland zelfs moeten ontliberaliseren. |
 |
| |
terug naar boven
|
|
|